zondag 31 maart 2013

Dievegge



Ik ben bestolen. Ze deed het niet expres. Het gebeurt op dit moment, terwijl ik dit typ. Met een oog kijk ik stiekem naar de vrouw tegenover mij. Daar zit ze dan, met mijn Volkskrant. Ze had hem van ‘ons tafeltje’ gepakt, recht voor m’n neus vandaan. Ik had hem daar even opgelegd toen ik mijn mp3 speler wilde aanzetten. Mijn verbaasde blik zag ze niet. Ik trok mijn wenkbrauwen zo hoog mogelijk op, maar haar blik hield zij gebrand op de overheidsbezuinigingen op de voorpagina. Sindsdien heeft ze haar blik niet meer afgewend.
Dus nu zit ik hier, achter mijn laptop. En af en toe kijk ik stiekem naar mijn krant, daar in de handen van die vreemde mevrouw. Ik zou natuurlijk gewoon beleefd kunnen zeggen: “Mevrouw, het spijt me maar dit is mijn krant. Hij hoort niet in de trein, ik heb hem zelf gekocht. Ik draag hem al de hele ochtend bij me om hem hier in de trein te lezen.” Tegelijk schaam ik me voor mijzelf: hoe kan ik nu het gevoel hebben dat ze mijn persoonlijke spullen vasthoudt. Het is maar een bundeltje dun papier, in veelvoud gedrukt vannacht.
Oké, we zijn in Nederland wat individualistisch. We zitten hier als een stelletje verstekelingen die geen andere keuze hebben, ongemakkelijk in ons eigen wereldje, zo ver mogelijk uit elkaar in de groene bankjes. Toch wil voorkomen dat ze straks met de Noorderzon vertrekt met mijn blad, dus zeg ik zacht: “Ehhh… mevrouw? Het geeft niets hoor, maar die is van mij. Niet dat u hem straks meeneemt.” Ze kijkt op. Ze helt haar hoofd een beetje naar achteren en met licht dichtgeknepen ogen kijkt ze onder haar bril door naar mij.  Ze is erg streng. “Maar u mag hem wel lezen hoor!” zeg ik er gauw achteraan. Met lichte blosjes staar ik uit het raam. Een ongemakkelijke stilte is tussen ons aangebroken. Nu schaam ik mij een beetje dat ik mij zoiets kleins nadrukkelijk wilde toe-eigenen. Ik wenste dat ik niets had gezegd.
De onbewuste dievegge is er klaar mee. Ze vouwt de krant dicht en legt hem weer op het tafeltje. Mijn zucht van opluchting merkt ze niet op. 




maandag 6 augustus 2012

Vrijheid om te discrimineren – made in Holland

Alle partijen in de Kamer staan achter het verbieden van de weigerambtenaar. Toch wilde weigerminister Liesbeth Spies (CDA) vorige week geen einde maken aan dit dwarse verschijnsel. Samen met de confessionele partijen en de Raad van State staat zij pal achter de uitspraak van partijgenoot Mona Keijzer: “Ik vind het oké dat jij homo bent, vind jij het dan oké als ik er moeite mee heb om twee homo’s in de echt te verbinden?” Met deze verdraaide logica straalt zij een pijnlijke arrogantie uit. “Tuurlijk Mona”, zei de homo, “mag jij moeite hebben met ons te huwen.” En dan, terwijl hij zich naar de weigerambtenaar wendt, verschuild achter Keijzer, als een kind vastgeklampt aan zijn moeders been: “Maar in jouw beroep krijg je geen vrijheid om te discrimineren.”

De homo geniet in het liberale Nederland de vrijheid om te trouwen en de weigerambtenaar heeft de godsdienstvrijheid om hier niet aan mee te werken. Waarom mag de homo dan wel doen wat hij wil, en de weigerambtenaar niet? Omdat vrijheid een relatief begrip is. Je kan het niet verdelen in gelijke stukken, zoals je met een pizza zou doen. Het is geen kwestie van: als jij twee vrijheden krijgt, krijg ik er ook twee. Ze variëren in soort, en vooral in gewicht.

Zo zou de godsdienstvrijheid volgens de Raad van State zo zwaar wegen dat de verboden weigerambtenaar zich wel eens gediscrimineerd zou kunnen voelen. Maar hij heeft zijn fundamentele vrijheid gewoon. Hij HOEFT geen ambtenaar te worden. Hij heeft die keuze zelf gemaakt. Hij is, in tegenstelling tot een homo, niet zo geboren.
Je kunt het volgens mij zien als een arbeidsvoorwaarde. Het gaat hier om het principiële uitgangspunt dat een ambtenaar de wet uitvoert. In de wet staat gelijke behandeling. Als de ambtenaar daar niet mee akkoord gaat, kan hij niet dit beroep uitoefenen. Zijn godsdienstvrijheid als mens komt daarmee niet in gevaar.

In de huidige situatie kan de ambtenaar die niet akkoord gaat met deze voorwaarden gewoon ambtenaar blijven. Hij verplaatst nu echter als weigerambtenaar alleen naar een ondersteunende afdeling waar alleen hetero’s gehuwd worden. Best goed te doen hoor, zelfde salaris, minder werk. Over gelijke behandeling gesproken.

Politici die deze slappe hap goedpraten met: “zolang er in elke gemeente maar de mogelijkheid is voor homo’s om te trouwen”, gebruiken een dubbele moraal. Als je vrijheid krijgt om te trouwen, maar je moet alsnog de vernedering ondergaan om geweigerd te worden, wat stelt de vrijheid dan voor? Benijd worden door vele homo’s over de hele wereld omdat je in het liberale Nederland woont, en ondertussen behandeld worden als een onmens. Terwijl het ondenkbaar is dat een ambtenaar op het gemeentehuis weigert een paspoort te maken voor een homo, kijkt minister Spies schaamteloos toe hoe weigerambtenaren de wet negeren.


maandag 4 juni 2012

De vragen van N.

Ken je dat? Een vriendin vraagt om raad en je probeert daarop zo wijs mogelijk antwoord te geven. Of het nu gaat over haar ex die ze mist (“hij is een lul”), haar carrièretwijfels (“jij komt er wel!”), of onzekerheden (“het staat juist prachtig!”), je weet altijd een antwoord te geven waardoor ze bij haar volgende drankje alweer tevreden glimlachend vraagt hoe het eigenlijk met jou is. Maar vanavond liep het anders. Neem een kijkje in de vragen van mijn vriendin N.

“Waarom kijkt ze nou zo raar?” begon N. over de cover, waarop Linda de Mol herself te zien is, in een bikini met een cynisch-vrolijke blik (“Ik heb een bikini aan, maar mijn buik komt er niet op. Ik voel me dus prima, maar ik probeer toch heel radeloos onzeker te kijken voor mijn doelgroep.” Zo’n hoofd dus). Samen bladeren we door de Linda.  
“Zou jij dat nou kunnen, Ier?” vraagt ze, als we het interview met Roel van Velzen lezen. “Zo’n kleine man?” Ze staart even naar zijn foto. “Ik heb het wel vaker met jongens, dat ze kleiner zijn dan ik. Maar dat zou dan toch gek zijn, als je seks met hém hebt dan voel je zijn beentjes tot hier..” ze wijst naar iets boven haar knie. Ze lacht: “Nee, ik zou het echt niet kunnen.”
Als ik verder blader, houdt ze haar hand op een bladzijde met een ander interview. “Wacht, dit moet je lezen!” De geïnterviewde, Sander van de Pavert, vertelt over zijn bijzondere kijk op platonische relaties: “Ik houd wel van een zekere erotische spanning in een vriendschap. Ook met mannen komt geilheid wel eens om de hoek kijken.”
Met grote ogen kijkt ze me aan. “Dat kan toch niet! Dan zouden wij hier nu gewoon, samen op de bank..” en ze beweegt met een quasi-verleidelijke blik haar hand over m’n bovenbeen. Ik lach om de vergelijking en antwoord dat hij zich dan waarschijnlijk wel aangetrokken voelt tot mannen.
“Wat is dat toch een vreemd spel van de natuur hè?” N. fronst met haar ogen. “Ik heb wel eens gehoord dat in mierenkolonies homo’s ontstaan omdat er ‘overbevolking’ heerst, zodat die mieren zich niet voort kunnen planten, en voor nog meer mierenvolk zorgen.”
“Zou hij het dan trouwens ook anaal doen?” merkt N. op.
Ik antwoord vertwijfeld: “Misschien..”
“Ik snap sowieso niet dat mensen dat willen, Ier. Van mannen snap ik het nog wel. Ze willen het gewoon omdat het in pornofilms te zien is. En omdat het lekker strak is. Maar vrouwen, waarom willen die het dan?”
Als ik vertel over een vriendin die daar makkelijk orgasmes van krijgt, blijft N. volhouden dat ze het vast alleen doet om haar man te behagen.
“Weet je wat ik wel eens gelezen heb,” zegt N. “Een jongen die had altijd anale seks met zijn vriendin, maar nu was hij van plan om het uit te maken omdat het altijd stinkt onder de dekens.”
Stank voor dank, denk ik nog.

Nee, na al haar vragen kwamen er vanavond geen geruststellende antwoorden van mijn kant. Geen tevreden blik op haar gezicht. Wanhopig kijkt ze me aan. “Alles kan tegenwoordig.. alles is een optie. Hier: neem een man, of een vrouw, of een paard. In American Pie neukt hij een taart. De wereld wordt gek Ier!”
N. staart uit het raam en zucht diep. Even blijft het stil. 
Ze kijkt om met een vermoeide glimlach.  “Maarja, hoe is het eigenlijk met jou?” 

zondag 29 april 2012

Arabische Winter

Een rustig mysterieuze sfeer hangt er in theaterzaal ’t Woord in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. De Berberse klanken galmen door de holle ruimte, samen met de opzwepende stem van de zangeres. De geluiden doen iets met me. Ik luister niet alleen, maar laat de muziek mijn lichaam doordringen. Naast mij klapt een vrouw van middelbare leeftijd en iets dunner grijs haar het ritme van de drums op haar schoot. Achter in de zaal klinkt een hoge uitroep van een jonge vrouw met een bordeauxrode hoofddoek. Haar lippen vormen de woorden van het lied.
Terwijl de Arabische melodie de ruimte vult, denk ik aan de woorden die Martin Verbeet, woordvoerder Kunst en Cultuur in de gemeenteraad van Amsterdam, zojuist sprak: “Ik hou van het Amsterdam waar we verrijkt worden door andere culturen. Een Amsterdam dat mij bevrijdt.” Utopisch bijna, zijn schets van multicultureel Amsterdam. “Waar heeft hij met zijn hoofd gezeten de afgelopen jaren? Is de realiteit niet veel harder?” dacht ik meteen.
Die hardheid in de Nederlandse samenleving staat in scherp contrast met de zachtheid in deze zaal. De man die in het Arabisch dicht hoezeer hij Irak mist. De vrouw die van haar klaagzang over haar ervaringen in de Libische oorlog proza heeft getoverd. De grapjes die presentator Mimoun Ouled Radi tussendoor maakt over Marokkanen, waar de hele zaal om moet lachen. Jurylid Halil Gür, die vertelt dat hij de jonge schrijvers die meedoen aan deze literatuurwedstrijd, een hart onder de riem wil steken, omdat je ‘jonge bomen nog kunt buigen.’  
De zachtheid overstemt bij het applaus dat klinkt nadat Verbeet zijn hoop uitspreekt voor een kabinet met een vleugje minder Wilders. De zachtheid overstemt die middag, omdat het applaus net zo hard klinkt voor het, voor de halve zaal onverstaanbare Arabisch gedicht, als voor alle Nederlandse voordrachten.
De Marokkaanse zangeres overstemt mijn cynische gedachten over de harde realiteit. Even bestaat er voor mij geen enkele ‘kut-Marokkaan’, geen Wilders, geen boerkaverbod en geen haatsamenleving, waarin men elkaar de lucht in de longen niet gunt. Een lichtje hoopt ontwaakt in me: wat een rijkdom, dat wij in ons thuisland zoveel mee kunnen krijgen van andere culturen.
Utopisch? Ja. Maar is dit utopische denken niet de enige manier om ooit een échte multiculturele samenleving te worden, waarin elke cultuur er mag zijn?
Beter haten we niet, en beginnen we met een beetje dromen. Zo kunnen we zelf gaan kijken wat de Arabische cultuur te bieden heeft, naast de geschetste beelden van ‘grote boze Allah’, gewelddadige mannen en heilige oorlogen.
Zou Nederland ook nog een jonge boom zijn? Of is hij inmiddels een oude tak die breekt bij de eerstvolgende vreemde invloed?
Volgens mij wordt het tijd dat er in Nederland een einde komt aan de Arabische Winter.

vrijdag 2 december 2011

Flirten in de trein

Soms toont de liefde zich in volle glorie en is er geen ontkomen aan. Soms vertoont ze zich als een klein lichtstraaltje door een kier van de deur. En dan kan het wel eens gebeuren dat je de kans mist. Daar sta je dan, op het regenachtige station. De trein komt langzaam in beweging. Je kijkt hem na. “Daar gaat ze,” denk je.
Jullie stapten tegelijk in. Je liep achter haar mooie lange haar aan, en ging tegenover haar zitten. Net iets te lang keek je haar aan. Een glimlach vormde zich om haar mond. Verlegen keek ze uit het raam.
Nu, dagen later, kun je haar gezicht maar niet vergeten. Vroeger, toen alles nog goed was, droomde je er nog eens over en werd je gedwongen haar te vergeten. Je sleept je getergde ziel mee terug naar het leven wat je had voor de ontmoeting. Nu, in de tijd dat men niet meer weet wat loslaten is, en altijd met elkaar in contact kan komen, heb je nog maanden dromen te gaan. De maatschappij van dwangmatig contact dwingt je tot een wanhoopsdaad: een oproepje plaatsen op een website, speciaal voor treinflirts.
De oproepers op deze site zouden eens flink wakker geschud moeten worden. Natuurlijk, flirten geeft je een goed gevoel. Het kan op dat moment lijken dat alle hemellichamen even op de juiste plaats staan. De seconden dat twee mensenlevens elkaar kruisen en elkaar even verkennen. Als de flirt genoeg deed met beide partijen, komt er een afspraak en wellicht een relatie uit voort. Is dit niet het geval, dan kabbelen de mensenlevens, na de verkenning, weer rustig verder. Heeft het dan zin om je af te zetten tegen dat lot?
Verliefd worden is een samenloop van omstandigheden. De charme zit hem juist in een toevallige ontmoeting. Je botst tegen elkaar op in de supermarkt. Hij of zij is degene die je al bewondert vanaf de basisschool. Jullie neefjes zitten op dezelfde voetbalclub. Een site om je flirt op te zoeken is daarom net zo dwangmatig als een datingsite.
Aan de andere kant, als je flirt dezelfde website bezoekt en zo jouw oproepje leest, is dat ook weer zo toevallig, dat je wederom kunt spreken van een speling van het lot.
Ik zie die jongen op het station, triest starend in de verte, naar de trein met het meisje dat hij nooit meer zal zien. Snel geef ik hem een lift naar het volgende station, want ik vind het toch een beetje zielig.


zondag 9 oktober 2011

Utrecht ik vind je mooi

Ik weet niet meer hoe dat tentje heette, waar ik zat. Zal wel iets van 'onder de Dom' heten ofzo. Ik noem het maar 'het Individu'. 
Je hebt van die café's waar mensen gezellig samen romantisch gaan eten, of met een groep, of met kinderen. Maar hier niet. Men zit voornamelijk alleen aan een tafeltje. Je ziet er van alles: laptoppers, krantenlezers, middelbareleeftijdsvrouwen met een witte wijn, nacho's en een tijdschrift, en natuurlijk hardwerkende studentes (ik), die dan af en toe dromerig uit het raam kijken, starend naar de mensen die voorbij wandelen of naar de mooie oude huizen in de binnenstad. Er bleef een exotisch uitziende man staan bij het raam en hij stond daar gewoon naar mij te kijken. Ik wist me totaal geen houding te geven en probeerde hem Nederlands weg te negeren. Toen ik eindelijk naar hem durfde te kijken, gaf hij me een stralende glimlach, waardoor ik toch licht grinnikte. Na dat kleine contact liep hij weer weg, en liet een stukje lichte droefheid achter. Om precies te zijn dacht ik toen ik zo dromerig staarde: "Hmm, hoe zou het zijn om in dat leuke mooie oude huisje onder de Dom te wonen met mijn vriend. Dan liep ik straks een trap op en dan lag hij daar op de bank een beetje TV te kijken, blij om mij te zien. Waarom ben ik daar eigenlijk zo bang voor? Freud zei dat er twee dingen zijn die mensen motiveert, onbewust, namelijk: seksuele driften en doodsangst. Volgens mij ben ik onbewust tijdens mijn leven wel vaak bezig met de dood. En maakt het mij bang om te settelen, omdat je dan je 'enige kans' in het leven verspeelt. Of zouden ook de onbewuste seksuele driften mij intuïtief vertellen dat ik nooit gelukkig zal zijn om het met één man te doen? We zijn en blijven mensen dus beesten, en zullen altijd, omdat onze cultuur dit van ons vraagt, moeten blijven vechten tegen onze natuur. Die Freud heeft daar de kern van het bestaan toch goed te pakken: seksuele driften en doodsangst. Al is het menselijk systeem nu eenmaal zo gebouwd dat het bewustzijn, het topje van de ijsberg, deze twee basiselementen van het bestaan verdoezelt. Onder de waterlijn liggen ze, dat is juist de overige negentig procent van die ijsberg, je hele onderbewuste, die je misschien alleen tegenkomt in je dromen of bij Freudiaanse versprekingen. De kern, dat grote deel van de ijsberg, je onderbewuste, allemaal omvat het de twee motivaties: seksuele driften en doodsangst. Doet mijn bewustzijn het soms niet goed, dat ik niet gewoon in de roes doormodder, zoals zoveel anderen doen? Of ligt mijn ijsberg in helder water, zodat ik kan spieken naar het onderbewuste, en zien waarop het hele menselijke bestaan is gebouwd. Freudiaans verklaard of niet, vastigheid blijft beangstigend.” Ik bleef zitten tot de schemer als een deken over de stad viel. Utrecht ik vind je mooi.

zaterdag 10 september 2011

Sex with someone I love

Van masturberen krijg je haren op je handen. Je krijgt er kanker van, schizofrenie en geelzucht. Seks is alleen om je voort te planten: Je laat door te masturberen toekomstig nageslacht letterlijk schieten. Toch? Hopelijk kun je deze feitjes die ons in vervlogen tijden wijsgemaakt werden krachtig ontkennen. Masturberen is juist gezond, het is goed voor je seksuele ontwikkeling. Door een orgasme krijg je een endorfineshot en kun je lekker ontspannen. Veel zoogdieren zoals apen, kangoeroe’s en olifanten masturberen ook en doen gezellig met ons mee. Mels van Driel, als uroloog en seksuoloog verbonden aan Universitair Medisch Centrum in Groningen, vertelt dat 100 procent van de mannen masturbeert tegenover 90 procent van de vrouwen. Iedereen doet het, maar niemand praat erover. Waarom is masturbatie zo’n gevoelig gespreksonderwerp, en dan vooral voor vrouwen? Er is toch helemaal niets mis mee? Zoals Woody Allen zegt: “Don’t knock masturbation; it’s sex with someone I love”.
Over de vraag waarom masturbatie vooral bij vrouwen zo’n taboe is ga ik in gesprek met Brigitte (22), Mark (19), Sofie (20) en Joris (23). Als ik Brigitte vraag naar haar solo-seksleven, reageert zij heel open. Brigitte: “Ja, ik masturbeer wel eens. Ik heb een speeltje, maar die gebruik ik alleen als ik snel klaar wil zijn. Ik ben er heel open over. Waarom veel meiden er niet over praten kan ik moeilijk begrijpen, misschien schamen ze zich.” Henriette Schoones, als seksuologe verbonden aan het ziekenhuis Rivierenland in Tiel, vertelt waar volgens haar die schaamte vandaan komt. “Dat heeft met verschillende dingen te maken. In de jaren vijftig werd er over masturbatie nog slecht gesproken.” Het was ook in deze tijd dat er manieren werden ontwikkeld om masturbatie te ‘genezen’: Geslachtsorganen werden behandeld met brandnetels, en kinderen werd verteld dat ze door te masturberen doof en blind konden worden. Schoones: “De belangrijkste schrikaanjager was natuurlijk de kerk.” De Kerk speelt in Nederland anno 2011 een veel minder grote rol dan in de jaren vijftig. Ook is tegenwoordig gelukkig niet meer het moraal dat masturberen ongezond is. “Maar het idee over masturberen als iets zondigs, waar je je schuldig over moet voelen, is gebleven. Ook tegen beter weten in.” aldus Schoones.  
Toch lijkt het erop dat mannen minder last hebben van dit zondige gevoel dan vrouwen, en er daarom makkelijker over praten. Joris: “We maken er grapjes over, maar je weet dat het serieus is. Dat is praten op een speelse manier. Echt serieuze gesprekken heb je met je beste vrienden. Wanneer doe je het, waar, en met welke gedachte. Mannen zijn heel open hoor, wat dat betreft.”
Veel van de gêne die vrouwen voelen als het om masturberen gaat, heeft te maken met de verwachtingen van hun partner. Zo kan het voor een jongen moeilijk te verkroppen zijn dat zijn vriendin, naast de bevrediging die ze bij hem krijgt, ook nog behoefte heeft aan seks met zichzelf. Mark: “Als je een vriend hebt, dan hoef je toch niet ook nog te vingeren? Ik bevredig haar toch, altijd als we seks hebben laat ik haar komen. Als zij ook nog met zichzelf speelt, lijkt het net of ik niet goed genoeg voor haar ben.” Door dit verwachtingspatroon wordt masturberen soms gezien als vreemdgaan met jezelf. Soms gebeurt het dan ook stiekem, en dat maakt het nog moeilijker om over te praten. Dat is jammer, want soms is zelfbevrediging naast je seksuele relatie juist de ideale oplossing. Sofie: “Ik geniet erg van seks met mijn vriend, maar het lukt me niet om een orgasme te krijgen bij het vrijen.” Voor deze vrouwen is masturberen de enige manier om een orgasme te krijgen.  
Ook kunnen de verwachtingen van de maatschappij meiden tegenhouden open te zijn over masturberen. De maatschappij bestempelt toch de vrouw met een zekere kuisheid, in ieder geval in het openbaar, als ideaal. Sofie: “Masturberen doe ik al sinds mijn twaalfde. Ik praat er liever niet over. Dan krijg ik het gevoel dat ze denken dat ik te veel van seks houd, en er geen genoeg van kan krijgen. Ik ben bang dat ze me dan een slet vinden.”
Bovendien komen vrouwen op een minder natuurlijke manier in aanraking met hun geslachtsdeel. Jongetjes komen die van hen al dagelijks tegen bij het plassen. Meisjes moeten echt op zoek gaan om erachter te komen hoe het er allemaal uitziet. “Vaak doen ze het niet en blijven ze hun geslachtsorgaan als iets vies en lelijks beschouwen.” legt Henriette Schoones uit.
            We kunnen dus zeggen dat, ondanks dat masturberen niet meer als duivels of ongezond wordt gezien, het vooral voor vrouwen moeilijk blijft om over zelfbevrediging te praten. De schaamte die zij hierbij voelen heeft meerdere mogelijke oorzaken: verwachtingen van de maatschappij en de partner, en de minder natuurlijke ontdekkingstocht in de puberteit in vergelijking met jongens.