zondag 9 oktober 2011

Utrecht ik vind je mooi

Ik weet niet meer hoe dat tentje heette, waar ik zat. Zal wel iets van 'onder de Dom' heten ofzo. Ik noem het maar 'het Individu'. 
Je hebt van die café's waar mensen gezellig samen romantisch gaan eten, of met een groep, of met kinderen. Maar hier niet. Men zit voornamelijk alleen aan een tafeltje. Je ziet er van alles: laptoppers, krantenlezers, middelbareleeftijdsvrouwen met een witte wijn, nacho's en een tijdschrift, en natuurlijk hardwerkende studentes (ik), die dan af en toe dromerig uit het raam kijken, starend naar de mensen die voorbij wandelen of naar de mooie oude huizen in de binnenstad. Er bleef een exotisch uitziende man staan bij het raam en hij stond daar gewoon naar mij te kijken. Ik wist me totaal geen houding te geven en probeerde hem Nederlands weg te negeren. Toen ik eindelijk naar hem durfde te kijken, gaf hij me een stralende glimlach, waardoor ik toch licht grinnikte. Na dat kleine contact liep hij weer weg, en liet een stukje lichte droefheid achter. Om precies te zijn dacht ik toen ik zo dromerig staarde: "Hmm, hoe zou het zijn om in dat leuke mooie oude huisje onder de Dom te wonen met mijn vriend. Dan liep ik straks een trap op en dan lag hij daar op de bank een beetje TV te kijken, blij om mij te zien. Waarom ben ik daar eigenlijk zo bang voor? Freud zei dat er twee dingen zijn die mensen motiveert, onbewust, namelijk: seksuele driften en doodsangst. Volgens mij ben ik onbewust tijdens mijn leven wel vaak bezig met de dood. En maakt het mij bang om te settelen, omdat je dan je 'enige kans' in het leven verspeelt. Of zouden ook de onbewuste seksuele driften mij intuïtief vertellen dat ik nooit gelukkig zal zijn om het met één man te doen? We zijn en blijven mensen dus beesten, en zullen altijd, omdat onze cultuur dit van ons vraagt, moeten blijven vechten tegen onze natuur. Die Freud heeft daar de kern van het bestaan toch goed te pakken: seksuele driften en doodsangst. Al is het menselijk systeem nu eenmaal zo gebouwd dat het bewustzijn, het topje van de ijsberg, deze twee basiselementen van het bestaan verdoezelt. Onder de waterlijn liggen ze, dat is juist de overige negentig procent van die ijsberg, je hele onderbewuste, die je misschien alleen tegenkomt in je dromen of bij Freudiaanse versprekingen. De kern, dat grote deel van de ijsberg, je onderbewuste, allemaal omvat het de twee motivaties: seksuele driften en doodsangst. Doet mijn bewustzijn het soms niet goed, dat ik niet gewoon in de roes doormodder, zoals zoveel anderen doen? Of ligt mijn ijsberg in helder water, zodat ik kan spieken naar het onderbewuste, en zien waarop het hele menselijke bestaan is gebouwd. Freudiaans verklaard of niet, vastigheid blijft beangstigend.” Ik bleef zitten tot de schemer als een deken over de stad viel. Utrecht ik vind je mooi.