De homo geniet in het liberale
Nederland de vrijheid om te trouwen en de weigerambtenaar heeft de
godsdienstvrijheid om hier niet aan mee te werken. Waarom mag de homo dan wel
doen wat hij wil, en de weigerambtenaar niet? Omdat vrijheid een relatief
begrip is. Je kan het niet verdelen in gelijke stukken, zoals je met een pizza
zou doen. Het is geen kwestie van: als jij twee vrijheden krijgt, krijg ik er
ook twee. Ze variëren in soort, en vooral in gewicht.
Zo zou de godsdienstvrijheid volgens
de Raad van State zo zwaar wegen dat de verboden weigerambtenaar zich wel eens
gediscrimineerd zou kunnen voelen. Maar hij heeft zijn fundamentele vrijheid
gewoon. Hij HOEFT geen ambtenaar te worden. Hij heeft die keuze zelf gemaakt.
Hij is, in tegenstelling tot een homo, niet zo geboren.
Je kunt het volgens mij zien als een
arbeidsvoorwaarde. Het gaat hier om het principiële uitgangspunt dat een
ambtenaar de wet uitvoert. In de wet staat gelijke behandeling. Als de
ambtenaar daar niet mee akkoord gaat, kan hij niet dit beroep uitoefenen. Zijn godsdienstvrijheid
als mens komt daarmee niet in gevaar.
In de huidige situatie kan de
ambtenaar die niet akkoord gaat met deze voorwaarden gewoon ambtenaar blijven.
Hij verplaatst nu echter als weigerambtenaar alleen naar een ondersteunende
afdeling waar alleen hetero’s gehuwd worden. Best goed te doen hoor, zelfde
salaris, minder werk. Over gelijke behandeling gesproken.
Politici die deze slappe hap
goedpraten met: “zolang er in elke gemeente maar de mogelijkheid is voor homo’s
om te trouwen”, gebruiken een dubbele moraal. Als je vrijheid krijgt om te
trouwen, maar je moet alsnog de vernedering ondergaan om geweigerd te worden,
wat stelt de vrijheid dan voor? Benijd worden door vele homo’s over de hele
wereld omdat je in het liberale Nederland woont, en ondertussen behandeld
worden als een onmens. Terwijl het ondenkbaar is dat een ambtenaar op het
gemeentehuis weigert een paspoort te maken voor een homo, kijkt minister Spies
schaamteloos toe hoe weigerambtenaren de wet negeren.